Bijzondere zondag: Archief van mogelijk verlies
Bijzondere zondag: Archief van mogelijk verlies
Dit is een fragment uit de tekst die ik voorlas op de openingsavond van Found :
"Ik word gelukkig van zoeken in oude boeken, van goochelen met trefwoorden om vergeten werken op te diepen. Zeker als ik daarbij mijn liefde voor de natuurlijke en de menselijke geschiedenis met elkaar mag verknopen en als ik hedendaagse kunstenaars mag uitnodigen die dat centraal stellen in hun eigen werken. In mijn hoofd had ik de namen al op een rij. Lola Daels, Maarten Vanden Eynde, Linde Raedschelders, Carll Cneut en natuurlijk Jan De Kinder die de houtsnedes maakte voor Archief van mogelijk verlies.
Dat boek moest mijn gids door de collectie worden. De vingerafdrukken van de hoofdstukken zijn zichtbaar doorheen de expo. Het begint met de sterrenhemel boven de stad van Frans Masereel waar jullie straks allemaal door mogen lopen. Maar ook met de cartografie van de Rhônegletsjer op zijn hoogtepunt, waarbij de richtingslijnen van de verwachte uitbreiding van de ijsstroom naar het dal wijzen.
Ondertussen heeft de klimaatcrsisis de pijlen omgedraaid. Uitbreiding is schrikbarend snelle inkrimping geworden. In mijn boek beschrijf ik diezelfde Rhônegletsjer, waar men nu krampachtig ijs probeert te bewaren door het af te schermen met UV-bestendige fleecedekens als surrogaat voor de sneeuw die nog wel valt, maar met een rotvaart ook weer smelt. Wat ondenkbaar was voor de 19e eeuwse glaciologen, een onvoorstelbare rariteit, is onze werkelijkheid.
Rariteitenkabinet is het Nederlandse woord voor een verzameling snuisterijen en eigenaardigheden. Wunderkammer zeggen ze in het Duits. Ik heb deze expo opgevat als zo’n Wunderkammer, een Wunderkammer van de levende wereld.
Wunderkammers waren vooral in de 16 eeuw populair en vormden de embryonale collecties waaruit natuurhistorische musea zouden groeien. Het hart van de Wunderkammer was meestal een ei. Eieren verzamelen was niet alleen een rage, voor jongens was het een soort overgangsritueel, je kon geen man worden zonder op eieren te jagen. Maar het ei staat ook symbool voor de schaal waarop de levende wereld is leeggeplukt om onze kennis te vergroten. Om inzicht te krijgen in de levende wereld, zijn talloze vogels, vlinders, vissen, vuurvliegen, gedood.
Tegenwoordig is eieren verzamelen verboden. Al geldt er een uitzondering. Om de nesten van grondbroeders als kieviten te beschermen tegen het moordende ritme van de agro-industrie, mogen ze uit het nest geraapt worden om in broedmachines te worden uitgebroed, waarna ze als ouderloze vogels de vrijheid krijgen. Het is een vorm van vooruitgang. Eieren rapen om vogels te beschermen tegen de dood.
Naast mijn boek pikte ik een andere leidraad op. Die van bijzondere vrouwen die we – hoe komt het toch? – slechts moeizaam onthouden. Zoals de 17e eeuwse Maria Sibylla Merian. Haar stiefvader liet haar toe in zijn schilderlessen. Zelf liep ze liefst buiten om insecteneieren, rupsen, maden te verzamelen. Ze noteerde nauwgezet de metamorfosen van al die bloedeloze dieren en was de eerste om de relatie tussen planten en insecten te tekenen. Conventies en verwachtingspatronen waren niet aan haar besteed. En hoe wetenschappelijk accuraat haar observaties ook waren, er gingen eeuwen over voor dat zo erkend werd.
Het zijn verhalen die vandaag nog actueel zijn en die je in erfgoedcollecties voor het oprapen hebt.
Het raakt aan de vraag: wie herdenken we? Wat willen we herinneren? Welke stemmen horen we? Welke geluiden blijven verborgen?
Het klopt dat de leeszaal bijzondere collecties de voorbije maanden soms voelde als een veilige cocon en het lijkt misschien alsof je de wereld kan buitensluiten door jezelf te verliezen in oude boeken, maar van alles wat vandaag om ons heen gebeurt – de ecologische crisis, genocide in Palestina, racistische razzia’s in de Verenigde Staten, openlijke en verdoken oorlogen om grondstoffen – zijn de wortels terug te vinden boeken en geschriften.
Het ligt hier allemaal.
De contradicties, paradoxen en pijnlijke tegenstrijdigheden van onze hedendaagse levens.
Echo’s van onze nieuwsgierigheid, onze vindingrijkheid, onze verwondering,
onze schaamteloze roofzucht, ons grandioze superioriteitsgevoel, onze potentie tot vernietiging.
Ook deze echo’s klinken door in de expo.
Want het niet vergeten dat we ons zo vaak voornemen, is enkel mogelijk als we het verleden meedragen. Niet als last, wel als kompas.
Onze persoonlijke geheugens zijn notoir onbetrouwbaar.
Om te herinneren, echt te herinneren, hebben we collectieve geheugens nodig, verzamelingen van geschreven, gedrukte, gesproken, getekende herinneringen. Ondergedompeld en doordrongen van het vooruitgangsgeloof uit de 19e eeuw hebben we de neiging de blik vooruit te richten, maar zonder verleden zijn we ontworteld en stuurloos.
Net zoals we ontworteld zijn door onszelf los te knippen van de levende wereld. We hebben in het beste geval een lijn getrokken tussen natuur en cultuur, in het slechtste geval is het een ijzeren gordijn. Deze expo is een uitnodiging om die valse en misleidende opdeling te doorbreken.
Al botste deze bewonderenswaardige ambitie evengoed op het protocol van het verantwoord en vooral hygiënisch bewaren voor de eeuwigheid.
Sommige beestjes houden evenveel van oud papier als historici en archivarissen.
Terwijl wij handschoenen aantrekken om begrijpend te kunnen lezen,
savoureren zij de woorden liever door ze op te eten.
Papier en voorwerpen van biologische aard dienen dan ook strikt gescheiden te blijven om contaminatie en verteringsprocessen te vermijden.
Ik wilde de Mondkapmeeuw uit de collectie Dode dieren met een verhaal van het Natuurhistorisch museum van Rotterdam naast het werk van Georges Cuvier leggen waarin voor het eerst het idee wordt uitgewerkt dat dieren kunnen uitsterven. Maar ieder dier, dood of levend, is ongewenst in een papieren archief.
De Mondkapmeeuw kreeg een eigen vitrine. Moest in quarantaine met haar mondkap. Haar isolatie is ongewild symbolisch voor ons menselijk verlangen naar controle, orde, zekerheid, overzicht en duidelijkheid. Zelfs in een expo die de levende wereld omarmt, blijven grenzen van tel.
En moeten verwachtingen soms worden bijgesteld.
Maar ook bijgestelde verwachtingen, zo toont FOUND hopelijk aan, kunnen uiteindelijk op bijna magische wijze samenvallen.
Ik wil tot slot, een aantal mensen vanuit het diepst van mijn hart bedanken. Het nadeel van namen noemen, is dat je geheid namen vergeet. Ik weet dat het hele team van de Boekentoren hier de schouders heeft onder gezet, maar zelf heb ik de voorbije maanden met een aantal mensen gewerkt voor wie ik graag een laaiend applaus wil vragen, want geloof me: ze zijn stuk voor stuk geweldig
Femke Van der Fraenen en Geert Roels om mee te gaan met mijn ideeën en vooral dit zinnetje uit te spreken: ‘Ik heb nog niets gehoord wat onmogelijk is.’
Els Goossens voor de zorgvuldigheid waarmee zij deze collectie behandelt en de grens tussen wens en werkelijkheid liefdevol te bewaken.
Sandra Vervynck en Frank Vanlangenhove die me vergezelden op de zoektocht in de collectie, die zonder verpinken werken uithaalden en teruglegden, tot op het laatste moment."